Weekspreuk 27
In meines Wesens Tiefen dringen...
Boven aan het lied staat Beschaulich, dankbar und erfreuend. Het is die warme Saturnus stemming, gedragen, diep, tevreden. We zijn nu helemaal aangeland in onszelf.
Boven aan het lied staat Beschaulich, dankbar und erfreuend. Het is die warme Saturnus stemming, gedragen, diep, tevreden. We zijn nu helemaal aangeland in onszelf.
We zijn nu op de helft gekomen van het jaarverloop dat met Pasen is begonnen. De 26e spreuk van de 52 weken van het jaar. Michael stemming staat boven de spreuk geschreven. Vroeger dacht ik bij Michael meteen aan strijd.
Eindelijk bij je zelf aangekomen? Je mag jezelf toebehoren en je innerlijk licht helder verspreiden in de duisternis van ruimte en tijd.
Krachtig stuwend en vreugdevol klinkt hier de muziek, Mars! De moedige ijzerkracht van de herfst: jezelf steeds weer herscheppen! De wereldgeest streeft maar voort, haast als een span paarden aangemoedigd door de koetsier.
In herfstige nevelen en kleuren wordt ons zintuig streven gedempt. De zomer heeft zich aan ons gegeven en we zien uit naar een winterslaap. In de muziek zijn de nevels hoorbaar, als sluiers. En de muziek is berustend. De zomer heeft zich aan ons gegeven.
Het stralende liefdevolle licht, dat je misschien ook buiten door de velden heen kan zien glijden en we in de herinnering vanuit de zomer met ons meedragen werkt verder in ons door.
In dit lied herkennen we meteen weer de speels humoristische, haast dartelende Mercurius! Zoals inmiddels vaker benoemd, zijn deze eigenschappen er niet van te voren ingelegd. Het ontstond vanzelf tijdens het kunstzinnig scheppen.
Sinds Pasen, het begin van de reis, ontmoeten we nu de tweede maanspreuk. Het tweede omkeermoment in de grote ademende vleugelslag van Saturnus naar Maan en weer terug.
Deze week geen sprankelend speelse Mercurius klanken, zoals bij veel andere Mercurius spreuken. Het zou zo ook een Venus spreuk kunnen zijn vanwege de vele septiemen en de liefdevolle sfeer.
De toonzetting van deze spreuk is wel een uiterst ludieke. Destijds, nog niet wetende dat deze spreuk in het teken van Venus stond, kwam een heel frivole melodie op. Ik beleefde iets swingends, golvends in het verwijden.
Zo spreekt het wereldwoord. Ofschoon de zonnetoon A majeur is, kon ik eigenlijk niet anders dan de compositie in de toonsoort C beginnen. Het wereldwoord roept voor mij iets eerlijks op, plain, rechtvaardig, zonder kruisen die teveel naar het licht, of m
Dit is nu zo’n compositie waar je in eerste instantie Mars helemaal niet hoort. Het is liefelijk, met de fluit en harp samen, en had net zo goed een Venus spreuk kunnen zijn.
Net als weekspreuk 2, ook door Jupiter geïnspireerd, is opnieuw een dans. Een dans die zowel innigheid heeft (vanwege de 6/8e maat en in het verzaubert zijn) als ruime vriendelijke bewegingen draagt.
Met weekspreuk 14 gaan we een tweede ronde in. De eerste 13 spreuken van Saturnus naar Maan en weer terug, hebben we doorlopen en beginnen nogmaals bij Saturnus.
De muziek begint als een middeleeuwse dans op het dorpsplein, maar wordt dan in haar uitbundigheid plots teruggeroepen in de ernst. Saturnus en Uriël kloppen aan: Zoek je verwantschap met de geest, in plaats van de zinnelijke hoogtes.
Deze compositie op de Sint-Jans spreuk was - zoals in het intro-blog beschreven - de eerste weekspreuk die ik componeerde. Het wijkt qua toonzetting wat af van de andere spreuken.
Deze spreuk opent als een plechtig koraal. Statig, eerbiedig, ernstig maar gelijk zondoorlicht. Het is Mars die weer aanklopt. Ook in de bijpassende toonsoort C. We horen het in de voortschrijdende haast dreunend neerzetten van elke stap...
Deze week een relatief eenvoudiger spreuk en compositie. Weekspreuk 10 componeerde zich als een echte zonnespreuk, in de klassieke Zonne toonsoort A. Licht en stralend!
Na de uitbundige Mercurius compositie, keren we met Venus weer naar binnen, in een meer ontvangende stemming. Ingetogen en warm. Een wat dromerig begin: mijn eigenheid vergetend?
Na de donkere wat dreigende maanspreuk (7) klaart ineens de lucht weer op! De speelse Mercurius verschijnt nu we de opstijgende beweging richting de zon weer gaan maken. Mercurius de vrolijke humorvolle gast, die gekke sprongen kan maken. Luchtig en vrij.
Vanuit de verste planeet Saturnus zijn we nu uitgekomen bij de Maan, die het dichtst bij de aarde staat, het omkeer en transformatie moment.
De speels luchtige Mercurius, verbonden met tweelingen, klinkt direct op in de inleiding. Beweeglijk en monter! In de melodie zelf echter komt iets warms naar voren, een overwinning een triomf. Het is gebeurd, we zijn bevrijd, es ist erstanden! We kijken
Er stroomt, kiemt, borrelt nu van alles op in de muziek. De bloem en vruchtdragende processen van Venus. Lichtklanken die stromen, tintelen, prikkelen. Een goddelijk scheppen, zoals ook in de grondsteenspreuk gezegd wordt.
Vanuit de geestinnigheid van Saturnus; de grote gebaren van Jupiter; en het zachte wekken van Mars, zijn we terecht gekomen bij de verbindende kracht van de zon.
De muziek begint hier met een zacht klingelen. We worden geroepen. Ook in de melodie komt iets wekkends naar voren. Zachtjes maar aandringend. Je wilt naar voren maar iets houdt je tegen (mein Eigenheiten Fessel).
Weekspreuk 2 In weekspreuk 2 horen we – als we het beeld van de bergweiden volgen - de Ländler. De Ländler is de langzamere plattelandsversie van de Wals, die meer gestileerd is.
Zoals in de introductie blog van afgelopen week beschreven, is een van de grootste ontdekkingen die ik tijdens het componeren van de weekspreuken deed de verbinding met de planeten.
Inleidend verhaal over de aankomende blogs in de serie 'Een muzikale weg door de zielenkalender' gecomponeerd door Ivar Römer