Uit de serie:
De weekspreuken: een openbaring van licht en kracht
Een muzikale reis door de zielenkalender – Ivar Römer
Weekspreuk 14 - Saturnus
Met weekspreuk 14 gaan we een tweede ronde in. De eerste 13 spreuken van Saturnus naar Maan en weer terug, hebben we doorlopen en beginnen nogmaals bij Saturnus.
Ik herinner me nog goed dat ik deze spreuk componeerde, want het was ook toen zomer in een week van een hittegolf. Daarom hoor je ook overal het zinderen en zoemen van de hitte in de muziek terug.
De toonsoort is G klein. Een passende toonsoort voor Saturnus, wier grondtoon immers de G is. En de Oersaturnus, de eerste fase van onze aarde ontwikkeling bestond alleen uit warmte.
De muziek werkt zelf haast ook bedwelmend, zoals in de spreuk gezegd wordt, betäubend. De herhalende dragende toon van de melodie is eigenlijk de kwint, wat het die enigszins verweesde stemming geeft. We zijn er wel, maar net niet met beide benen op de grond.
Maar dan wordt er gezegd: wekkend nadert alreeds het wereld denken! En in de muziek wordt dat meteen op scherp gesteld met de activerende kwart: Doch weckend! Taraa!
De melodie zinkt echter ook gauw weer weg in de dromende kwint stemming, maar in de begeleiding horen we in grote stappen, als zeven mijls laarzen, de Saturnus grondtoon in een aardse vierkwartsmaat optreden, wat het geheel gelijk bodem geeft.
Ook horen we de kleine secunde als dissonant, die misschien de wat duistere kant van Saturnus lijkt te verbeelden, maar ook het gezoem van de bijen. Immers de bijen als Venusvolk, leidt in de septiem terug naar Saturnus, of uiteindelijk naar Vulcanus, de vergeestelijkte Saturnus.
An Sinnesoffenbarung hingegeben
Verlor ich Eigenwesens Trieb,
Gedankentraum, er schien
Betäubend mir das Selbst zu rauben,
Doch weckend nahet schon
Im Sinnenschein mir Weltendenken.
Voor reacties op dit blogbericht, of vragen over de bladmuziek, neem dan contact op met Ivar Römer. ivar@novalisatelier.nl