Uit de serie:
De weekspreuken: een openbaring van licht en kracht
Een muzikale reis door de zielenkalender – Ivar Römer
Weekspreuk 2 - Jupiter
In weekspreuk 2 horen we – als we het beeld van de bergweiden volgen - de Ländler. De Ländler is de langzamere plattelandsversie van de Wals, die meer gestileerd is. De Ländler is warm en innig maar heeft toch grote gebaren, joviaal, feestelijk, Jupiter! Er zit Schwung in. Er is opnieuw vreugde. Maar waar het bij Saturnus meer vergeestelijkt was, toont het zich nu meer naar buiten in een grote cadans. Het is misschien ook de vreugdedans van de geestelijke wezens, die de mensenspruit weer terugvinden.
Ins Äußre des Sinnesalls...
Ins Äußre des Sinnesalls
Verliert Gedankenmacht ihr Eigensein;
Es finden Geisteswelten
Den Menschensprossen wieder,
Der seinen Keim in ihnen,
Doch seine Seelenfrucht
In sich muß finden.
Waarom de toonsoort As?
Het was bij deze compositie dat ik me afvroeg: waarom staat dit lied eigenlijk in de toonsoort As? Een toonsoort met vier mollen! Dat past toch niet in het voorjaar? Mol-toonsoorten horen toch bij de winter?
Theoretisch gezien klopt dat, en het ligt voor de hand om richting de zomer de kwintencirkel te volgen. Dan zou na toonsoort C (Ram), toonsoort G (Stier) volgen. Een frisse opgewekte toonsoort met 1 kruis. Dat past goed bij het voorjaar.
Vanuit het muzikale scheppen echter ontstond in deze melodie toch een warme innigheid. De zielevrucht waarschijnlijk, die de mens in zichzelf mag vinden.
Marianne Carolus, een vriendin van me zei me na mijn vraag hierover: ‘Maar Jupiter heerst over Boogschutter!’ - En laat nu toonsoort As in het jaarverloop wel bij Boogschutter horen…
Zo doet de dierenriem dus ook mee in de weekspreuken.
Voor reacties op dit blogbericht, of vragen over de bladmuziek, neem dan contact op met Ivar Römer. ivar@novalisatelier.nl