Uit de serie:
Iconogramproject ‘van-Pasen-tot-Pasen’
geïnspireerd door het door Rudolf Steiner geïnitieerde Nieuwe Jaarverloop dat van Pasen tot Pasen loopt. – Yvonne Jonkers
Het is fascinerend om de samenhang te onderzoeken van de Weekspreuken met de Letterklanken van het alfabet. Wat voor betekenis hebben de letters van het alfabet die Rudolf Steiner bij de Weekspreuken heeft geplaatst ? Zijn zij verbonden met de mens en de schepping ?
Hierbij enkele fragmenten uit GA 279 ‘Eurythmie als zichtbare taal : Cursus klank-eurithmie’. Pagina 48-54 (vrij vertaald).
‘… Wanneer we klanken samenvoegen, vormen we woorden. Wanneer we letters van het begin tot het einde van het alfabet samenvoegen, ontstaat een zeer complex woord. Maar dit woord bevat alle mogelijke woorden. Dit woord bevat echter tegelijkertijd de mens in zijn etherische essentie. Voordat er een fysieke mens op aarde was, was er de etherische mens. Want de etherische mens ligt ten grondslag aan de fysieke mens. Maar wat is de etherische mens? De etherische mens is het woord dat het hele alfabet omvat.
Wanneer we spreken over de vorming van dit oerwoord, dat in het begin bestond vóór de fysieke mens, kunnen we – als we dit in aanmerking nemen, wat met taal ontstaat een geboorte noemen, een geboorte van het hele etherische menselijke wezen, wanneer het alfabet hardop wordt uitgesproken.
… De mens, wanneer hij het hele alfabet hardop uitspreekt, drukt zichzelf uit en daarmee de hele wereld. Het hele universum zou hardop kunnen worden uitgesproken met a, b, c, enzovoort.
En delen van het universum met het hardop uitgesproken afzonderlijke woord.
… Laten we beginnen met de "a". Tegenwoordig leren we de "a" uitspreken zoals we dat doen in die onbewuste, droomachtige toestanden als we heel jonge kinderen zijn. Dit wordt begraven wanneer we later op school worden onderworpen aan de kwelling van het verdere taalonderwijs. Wanneer we als kinderen leren spreken, is er al iets van wat eigenlijk het grote geheim van spraak is, maar het bevindt zich nog steeds in het droomachtige rijk, begraven in het onderbewustzijn. Wanneer we de "a" uitspreken, deze "a" waarnemen als iets dat van binnenuit komt, voelen we ons verwonderd of verbaasd. Deze verwondering is op zijn beurt slechts een onderdeel van het mens-zijn. Mensen zijn geen abstracte wezens. Ze zijn op elk moment iets.
Soms zijn wij degene die verbaasd is, soms zijn wij degene die bang is, soms zijn wij, nou ja, degene die uithaalt. We zijn elke minuut, elke seconde iets. We zijn niet louter abstracte mensen; we zijn elke seconde iets. Soms is er iemand die zich verwondert, iemand die versteld staat. Dit wordt uitgedrukt door wat er in het etherische lichaam gebeurt tijdens het verbazen en het in de lucht brengen van de ervaring van het verbazen in de klank a, met behulp van het strottenhoofd. Daarmee brengen we een deel van onze menselijkheid naar voren, namelijk de persoon die zich verwondert; we plaatsen onze verbazing in de lucht.
… Nu werkt het strottenhoofd in een voortdurende schepping als een geboorte, die zich tijdens het spreken blijft ontvouwen. Spreken is altijd onderdeel van de wording, van de geboorte van het etherisch menselijke wezen. Het fysieke strottenhoofd is slechts de buitenste schil.
… Laten we van a naar b gaan, om op zijn minst iets te suggereren dat tot begrip kan leiden van dit oerwoord van a tot z. Met b hebben we een zogenaamde medeklinker; met a een klinker. Men voelt, wanneer men een klinker uitspreekt, dat we ons in eerste instantie uitdrukken vanuit het diepste innerlijke zelf. Met elke klinker, net als met de a, is er een emotionele ervaring.
… Maar wanneer we de b vormen, kunnen we hem niet op zichzelf laten klinken, we moeten de e toevoegen. Als men nu in de luchtige vormgeving datgene zou kunnen vatten wat in de b gevormd wordt – wat ligt in het feit dat we de b uitspreken, is het altijd iets omhullends. Er ontstaat een omhullende vorm. Datgene wat als klank naar buiten komt, kan men een omhulling, een huis noemen. De b staat altijd voor een omhulling of huis. Dus als we beginnen met a - b, dan hebben we "de mens in zijn volmaaktheid" én "de mens in zijn huis”. … Als we doorgaan naar c, d, enzovoort, vertelt elke letter ons iets over de mensheid. En als we z bereiken, hebben we de wijsheid van de mensheid letterlijk in klank voor ons, want het gehele alfabet en daarmee het etherische lichaam is de wijsheid van de mensheid.'
De ABC Weekspreuken
In de Seelenkalender gaan we 2x door het hele alfabet. Daarbij hebben de Weekspreuken 1A tot en met 26Z (het zomer halfjaar) een hoofdletter, Weekspreuk 27a tot en met 52z (het winter halfjaar) zijn aangegeven met een hoofdletter en een streepje erboven. Omdat het laatste technisch niet uitvoerbaar is, geef ik het winter-alfabet aan met kleine letters. Ik veronderstel dat het oorspronkelijke streepje duidt op de lage stand van de Zon in het winter halfjaar. Onderstaande iconogrammen van de 6 ABC Weekspreuken, zijn als elkaar complementerende tweetallen bedoeld.
Herkennen we de verwonderende en verbazingwekkende kracht van de mensenziel, vanwege het nieuwe begin dat aanvangt in Weekspreuk 27a en 1A ? We zetten met W 27a onze eerste schrede op de weg naar binnen. Daar dringen wij diep door tot het nieuwe begin van de doorwarmde kiem. Het is ons eigen mensenwezen waarvoor wij ons verlangend openen. Weekspreuk 1A, klinkend in de alles verlossende stemming van Pasen, is de vreugdevolle Lentespreuk waarin vanuit wereldverten het Zonnewezen tot de mens spreekt. Het grote wonder van de Opstanding heeft zich voltrokken en daarmee de grote wending van de tijd, het ‘In der TijdenWending’ (4e deel Grondsteenspreuk).
Wat vertelt W 28b over de letterklank b ? Is hier sprake van een omhulling ? Een huis dat de ziel beschermt bij het innerlijk werk dat verricht wordt ? Het ontwarren van levensraadsels en het wakker hervinden van de krachten van de hoop, mag in de herfsttijd terecht omhuld worden door de b, de consonant die met Zodiac Jonkvrouw verbonden is. Een vergelijkbaar proces bij W 2B in het prille voorjaar, waarin de mensenloot, terwijl de weg naar buiten wordt betreden, de vrucht van zijn ziel in zichzelf moet vinden. Gezien het zich verliezen in de zintuigwereld is de omhulling van de B ook hier passend.
W 29c en 3C staan in het teken van Planeet Mars. Het zijn ware kracht-spreuken. In het voorjaar verbonden met Zodiac Stier, bevrijdt het groeiende mensen-Ik zich uit de eigen boeien.
In de herfst met Zodiac Schorpioen, ontvonkt het mensen-Ik zijn lichtend denken (beeld van de adelaar). De c brengt lichtheid daar waar zwaarte is. De c is de consonant die optilt.
Reacties per e-mail zijn welkom!